Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2002

Alinea 32 Hoge Raad 25 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE6999.

Hetgeen het Hof daartoe heeft overwogen kan als volgt worden samengevat. De eigendom van graftekens dient, nu bijzondere wetgeving op dit stuk ontbreekt, te worden beoordeeld op grond van de in het Burgerlijk Wetboek opgenomen bepalingen inzake eigendom-(sverkrijging) (rov. 3.5). Graftekens kunnen niet worden aangemerkt als bestanddeel - in de zin van art. 3:4 BW - van de grond van de begraafplaats. Anders dan voor de vraag of iets een bestanddeel is, kunnen verkeersopvattingen niet worden gebezigd als zelfstandige maatstaf voor de beoordeling van de vraag of een zaak roerend of onroerend is. Zij zijn evenmin op zichzelf beslissend voor het antwoord op de vraag aan wie de eigendom van een bepaalde zaak toekomt (rov. 3.7 en 3.8). Ook terzake van de interpretatie van het begrip "duurzaamheid" dient het beroep van St. Barbara op de volgens haar daaromtrent te dezen heersende verkeersopvattingen te worden verworpen. Verkeersopvattingen kunnen in aanmerking worden genomen in gevallen waarin onzekerheid blijkt te bestaan of een object kan worden beschouwd als duurzaam met de grond verenigd. Buiten twijfel is echter dat de graftekens, volgens de bedoeling van het Aartsbisdom c.s. als door hen gesteld, op de graven zijn geplaatst als duurzaam herinneringsteken. Deze bedoeling en bestemming zijn op grond van de aard en de inrichting van de graftekens - te weten als gedenkteken ter plaatse waar de overledene veelal gedurende vele (tientallen) jaren begraven ligt - voor een ieder naar buiten kenbaar (rov. 3.10). De stelling van St. Barbara, dat het in art. 28 Wlb vastgelegde grafrecht naar zijn aard voor bepaalde tijd geldt en dat in dat licht bezien graftekens naar algemene verkeersopvatting niet kunnen worden aangemerkt als duurzaam met de grond verenigd, moet worden verworpen. Deze stelling is niet verenigbaar met het uitgangspunt van de Wet op de lijkbezorging dat een uitsluitend recht op een graf voor onbepaalde tijd of voor een bepaalde tijd kan worden gevestigd. Aan de duurzame bestemming van de graftekens kan niet afdoen dat de grafrechten waarover het hier gaat voor 80, 10 (ingevolge art. 28 lid 1 Wlb dient een uitsluitend recht op een graf overigens voor ten minste 20 jaren te worden verleend), 20 en 40 jaren zijn verleend, met de mogelijkheid van verlenging van telkens 10 jaren. Evenmin kan daaraan afdoen dat graftekens doorgaans gemakkelijk kunnen worden verplaatst of weggenomen (rov. 3.11 en 3.12). Onvoldoende gesteld is ten slotte dat het Aartsbisdom c.s. een opstalrecht hebben of aan enig ander rechtsfeit een recht ontlenen om in of op de grond van St. Barbara werken (als de graftekens) in eigendom te hebben (rov. 3.14).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fd806ffc0e8e072e07483d8e6ee5ec851e3b06e5d37b610351f56130ca62095. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fd806ffc0e8e072e07483d8e6ee5ec851e3b06e5d37b610351f56130ca62095, en de alinea staat in dat document op bytes 8160 tot 10845.