Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 37 Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7002.

Ten slotte is van belang dat ten aanzien van de onderhavige verzekering - waarop nog niet van toepassing is hetgeen is bepaald in art. 5 in verbinding met art. 3 van de EG-richtlijn 93/13 van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (Pb EG 21 april 1993, L 95) en hetgeen ter uitvoering van die richtlijn is bepaald in art. 6:238 lid 2 BW - als algemeen gezichtspunt heeft te gelden dat bij de beoordeling door de feitenrechter van de uit te leggen overeenkomst naar gelang van de omstandigheden mag meewegen dat een eenzijdig door de verzekeraar opgestelde polisvoorwaarde in geval van twijfel over de uitleg ervan in het nadeel van de verzekeraar en ten gunste van de verzekerde moet worden uitgelegd (vgl. HR 24 september 1993, nr. 14949, NJ 1993, 760). In een geval als dit, waar de verzekeraar de verzekeringsovereenkomst gesloten heeft met een werkgever ten behoeve van diens werknemers, die niet bij de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst betrokken zijn geweest, geldt dit algemene gezichtspunt evenzeer. Het moet bovendien in aanmerking worden genomen bij de uitleg van het pensioenreglement ter uitvoering waarvan de verzekeringsovereenkomst is gesloten, voor zover dat reglement bij de uitleg van die overeenkomst een rol speelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29ce10dccff20e15a2c2bbb2977c130fbd85338dad513ebb5d9c6fb797b56303. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29ce10dccff20e15a2c2bbb2977c130fbd85338dad513ebb5d9c6fb797b56303, en de alinea staat in dat document op bytes 13340 tot 14636.