Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 38 Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7002.
3.5 De tekst van (art. 19 van) de WAO geeft geen uitsluitsel ten aanzien van de vraag op welk moment de aanspraak ontstaat op een WAO-uitkering en van welke voorwaarden het ontstaan van deze aanspraak afhankelijk is. Naar blijkt uit de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.14 aangehaalde wetsgeschiedenis staat evenwel vast dat degene die aanspraak maakt op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering (slechts) aan drie eisen behoeft te voldoen: 1) verzekerd zijn bij de aanvang van de arbeidsongeschiktheid, 2) vervolgens onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt blijven en 3) nog arbeidsongeschikt zijn na afloop van de periode van 52 weken. In cassatie moet ervan uitgegaan worden dat [eiser] aan deze drie eisen voldeed. Zou hij niet zijn uitgezonden, dan zou hij derhalve recht gekregen hebben op een WAO-uitkering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29ce10dccff20e15a2c2bbb2977c130fbd85338dad513ebb5d9c6fb797b56303. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29ce10dccff20e15a2c2bbb2977c130fbd85338dad513ebb5d9c6fb797b56303, en de alinea staat in dat document op bytes 14674 tot 15526.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29ce10dccff20e15a2c2bbb2977c130fbd85338dad513ebb5d9c6fb797b56303 | shasum -a 256