Citaat | Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 47 Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7005.

Bij tussenarrest van 14 januari 1997 heeft het Hof in het principaal en incidenteel appel een comparitie van partijen gelast en bij tussenarrest van 3 september 1998 beide partijen tot bewijslevering toegelaten. Na enquête hebben [verweerder] c.s. en Hagelunie bij gelegenheid van pleidooi ter terechtzitting van 23 maart 2002 een incidentele conclusie houdende een provisionele eis ex art. 51 (oud) Rv., thans art. 223 Rv. genomen. Daarbij hebben zij gevorderd bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] te veroordelen tot betaling van 70% van de vordering ingesteld bij inleidende dagvaarding voorzover het betreft eisers sub 1 tot en met 24 en 26 en 27, en 35% van de vordering van eiser sub 25, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 1993, met veroordeling van [eiseres] in de kosten voorzover het de provisionele vordering betreft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67b5a407f14a1f759f341e36cf046d05ddbef7f12f59cb4551d1c7508bd681d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67b5a407f14a1f759f341e36cf046d05ddbef7f12f59cb4551d1c7508bd681d, en de alinea staat in dat document op bytes 8056 tot 8925.