Citaat | Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 67 Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7005.

3.4.3 Onderdeel 1.A.3 klaagt dat het onbegrijpelijk is dat het Hof in rov. 4.7 van belang heeft geacht dat de constructie van geldlening is gekozen "in variatie op een cessie van de vordering". Dit onderdeel kan bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden: voor de beslissing van het Hof dat [verweerder] c.s. op grond van de constructie van geldlening voldoende belang hebben bij hun vordering, doet het er immers niet toe dat deze constructie is gekozen in variatie op een cessie van de vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67b5a407f14a1f759f341e36cf046d05ddbef7f12f59cb4551d1c7508bd681d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67b5a407f14a1f759f341e36cf046d05ddbef7f12f59cb4551d1c7508bd681d, en de alinea staat in dat document op bytes 15162 tot 15677.