Citaat | Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 84 Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7005.

3.11 Onderdeel 1.B.3 strekt ten betoge dat het Hof aan [verweerder] c.s. - met uitzondering van [verweerder 25] - bewijs had moeten opdragen van het feit dat [verweerder] c.s. TMTD 80 stuifpoeder hebben gebruikt en niet TMTD 80 spuitpoeder, alvorens haar naar aanleiding van de provisionele vordering in het dictum onder 11 te veroordelen reeds thans een gedeelte van het door ieder hunner gevorderde bedrag te voldoen. Het onderdeel faalt, omdat de rechter die over een provisionele vordering moet beslissen, niet gehouden is bewijslevering te gelasten. De provisionele voorziening is immers voorlopig van karakter en bindt de rechter in de hoofdzaak niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67b5a407f14a1f759f341e36cf046d05ddbef7f12f59cb4551d1c7508bd681d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67b5a407f14a1f759f341e36cf046d05ddbef7f12f59cb4551d1c7508bd681d, en de alinea staat in dat document op bytes 24852 tot 25522.