Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2002

Alinea 32 Hoge Raad 25 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7010.

3.4 Indien degene die een paard van een ander berijdt, schade lijdt ten gevolge van onberekenbaar gedrag van het paard als door het Hof bedoeld, is het enkele feit dat de benadeelde het paard uit vrije wil berijdt en met toestemming van de eigenaar, dus krachtens een overeenkomst met deze, niet voldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat de uit art. 1404 (oud) BW (thans 6:179 BW) voortvloeiende aansprakelijkheid van de eigenaar van het paard geheel vervalt. Of en zo ja in hoeverre om die reden sprake is van een omstandigheid die in de risicosfeer van de berijder ligt en daarom aan hem moet worden toegerekend, hangt af van de inhoud van de overeenkomst en de overige omstandigheden van het geval. Ook voor toepassing van de hiervoor bedoelde billijkheidscorrectie is dit enkele feit niet voldoende. Een andere opvatting is niet te verenigen met de strekking van genoemde bepalingen, die juist is dat het risico van, kort gezegd, het onberekenbare gedrag van een dier in beginsel voor rekening van de eigenaar van dat dier komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed25b86b7ed6c943e5cd01c658d2ed99a1015fde185b7c36854da78cc1022ab6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed25b86b7ed6c943e5cd01c658d2ed99a1015fde185b7c36854da78cc1022ab6, en de alinea staat in dat document op bytes 9674 tot 10726.