Citaat | Hoge Raad 1 november 2002

Alinea 28 Hoge Raad 1 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7347.

3.1.1 In deze zaak vordert [eiser], die op basis van een afroepcontract bij [verweerster] in dienst is geweest, [verweerster] te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 6.495,45 bruto, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Grondslag van de, bij dagvaarding van 14 juni 1999 ingestelde, vordering is dat [eiser] in de periode van 27 juli 1993 tot en met 9 december 1994 in totaal 832,75 overuren heeft gemaakt, dat hij daarvoor op grond van de toepasselijke CAO recht heeft op een overwerktoeslag van gemiddeld ƒ 7,80 per uur, maar dat [verweerster] weigert deze te betalen. [Eiser] heeft voor het eerst bij brief van 10 mei 1999 aanspraak gemaakt op het door hem gevorderde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40ee132771674537fd53e4d7b341461a95ff22e148949d856ac74a5326feec3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40ee132771674537fd53e4d7b341461a95ff22e148949d856ac74a5326feec3d, en de alinea staat in dat document op bytes 6632 tot 7353.