Citaat | Hoge Raad 1 november 2002
Alinea 35 Hoge Raad 1 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7347.
3.2.1 Middel 1 klaagt dat de Rechtbank bij de beantwoording van de vraag of de vordering van [eiser] verjaard was, ten onrechte ervan is uitgegaan dat een vordering ter zake van verricht overwerk opeisbaar wordt op de wijze als bedoeld in art. 7A:1638l (oud) BW, en aldus heeft miskend dat de vergoeding voor overwerk niet kan worden aangemerkt als "naar tijdruimte vastgesteld loon" waarop dit artikel ziet. Voor het bepalen van het tijdstip van opeisbaarheid zal aanknoping gezocht kunnen worden bij art. 7A:1638n (oud) BW, aldus het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40ee132771674537fd53e4d7b341461a95ff22e148949d856ac74a5326feec3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40ee132771674537fd53e4d7b341461a95ff22e148949d856ac74a5326feec3d, en de alinea staat in dat document op bytes 9479 tot 10035.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40ee132771674537fd53e4d7b341461a95ff22e148949d856ac74a5326feec3d | shasum -a 256