Citaat | Hoge Raad 1 november 2002

Alinea 40 Hoge Raad 1 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7347.

3.4.2 In voormeld oordeel ligt besloten, dat het gestelde opzettelijk doen van de onjuiste mededeling dat geen recht op overwerkvergoeding bestond, niet kan worden aangemerkt als opzettelijk verborgen houden van de schuld als bedoeld in art. 3:321 lid 1, aanhef en onder f, BW in een geval waarin, zoals hier, de werkgever het verzoek van een werknemer om uitbetaling van een overwerktoeslag ter zake van door hem gewerkte overuren aldus beantwoordt dat de werknemer geen recht op een overwerktoeslag heeft. Dit oordeel is juist. Mede tegen de achtergrond van de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 11 aangehaalde wetsgeschiedenis, waarin als voorbeeld van opzettelijk verborgen houden van het bestaan van de schuld in de zin van voormeld artikel onder meer wordt genoemd de erfgenaam die opzettelijk een legaat voor de legataris verzwijgt, moet worden aangenomen dat onder dit opzettelijk verborgen houden te verstaan is het opzettelijk verborgen houden van de (rechts)feiten die de grond vormen voor het bestaan van de vordering. Een weigering de vordering te erkennen of te betalen - het geval dat zich, naar de in cassatie onbestreden uitleg door de Rechtbank van de stellingen van [eiser], hier heeft voorgedaan - kan dan ook niet worden aangemerkt als het in voormelde zin opzettelijk verborgen houden van het bestaan van die vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40ee132771674537fd53e4d7b341461a95ff22e148949d856ac74a5326feec3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40ee132771674537fd53e4d7b341461a95ff22e148949d856ac74a5326feec3d, en de alinea staat in dat document op bytes 12402 tot 13768.