Citaat | Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 43 Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7349.

3.3.1 In het geding voor de Kantonrechter was onder meer in geschil of [verweerder], zoals hij stelde, zich op 27 juni 1997 per telegram uit Marokko ziek heeft gemeld bij [eiser] c.s.. De Kantonrechter heeft die stelling bij gebrek aan gespecificeerd bewijsaanbod verworpen en de Rechtbank heeft zich hierover verder niet uitgelaten. In cassatie moet derhalve ervan worden uitgegaan dat [eiser] c.s. na het einde van [verweerders] verlof niets van hem hadden vernomen toen hij zich op of omstreeks 23 september 1997 weer bij hen meldde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b97ffd553811d4d2bd0b10edf61ab23fc677e7caef193356bce6002f227c6d22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b97ffd553811d4d2bd0b10edf61ab23fc677e7caef193356bce6002f227c6d22, en de alinea staat in dat document op bytes 10967 tot 11517.