Citaat | Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 46 Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7349.

3.4.2 Die omstandigheden vormen vooral daarom geen toereikende motivering omdat zij zich - geruime tijd - na bedoeld gesprek hebben voorgedaan en blijkens de stukken van het geding niets is aangevoerd waaruit zou kunnen volgen dat [verweerder] daaruit in redelijkheid kon afleiden dat [eiser] c.s. hun tijdens dat gesprek ingenomen standpunt hadden laten varen en alsnog de arbeidsongeschiktheid van [verweerder] erkenden. Ten aanzien van de afzonderlijke omstandigheden wordt voorts nog het volgende overwogen. Dat [eiser] c.s., zoals de Rechtbank overweegt, in haar stellingen in eerste aanleg de nadruk erop hebben gelegd dat zij [verweerder] onwettig afwezig achtten omdat zij sedert 27 juni 1997 niets meer van hem hadden vernomen en hij bepaalde (controle)voorschriften in geval van arbeidsongeschiktheid niet in acht had genomen, ligt voor de hand in verband met hetgeen hiervoor in 3.3.1 is overwogen. Uit die stellingname valt geenszins af te leiden dat [eiser] c.s. afzagen van hun betwisting van de arbeidsongeschiktheid van [verweerder]. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat in brieven van (de raadsman van) [eiser] c.s. van 11 mei en 2 september 1998, verzonden na toezending namens [verweerder] van in zijn bezit zijnde medische bescheiden, slechts de ontvangst van het hiervoor in 3.3.1 bedoelde telegram wordt betwist en wordt meegedeeld dat de medische toestand van [verweerder] geen belemmering vormde voor een terugreis naar Nederland, doch niet (uitdrukkelijk) de arbeidsongeschiktheid van [verweerder] wordt betwist. Ook de door de Rechtbank tot slot vermelde omstandigheid dat [eiser] c.s., na bij het tussenvonnis van 16 mei 2000 uitdrukkelijk in de gelegenheid te zijn gesteld zich alsnog uit te laten over hetgeen partijen over en weer verklaard hebben op het moment dat [verweerder] zich na terugkomst uit Marokko weer op zijn werk meldde, hebben volstaan met het vermelden van hun hiervoor in 3.3.2 weergegeven standpunt, levert geen argument op voor het oordeel van de Rechtbank, zoals volgt uit hetgeen in 3.4.1 is overwogen over de betekenis die aan de mededeling van [eiser] c.s. moet worden toegekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b97ffd553811d4d2bd0b10edf61ab23fc677e7caef193356bce6002f227c6d22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b97ffd553811d4d2bd0b10edf61ab23fc677e7caef193356bce6002f227c6d22, en de alinea staat in dat document op bytes 13426 tot 15577.