Citaat | Hoge Raad 15 november 2002
Alinea 47 Hoge Raad 15 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7349.
3.5 Uit het vorenstaande volgt dat het oordeel van de Rechtbank dat [eiser] c.s. voorafgaande aan het geding [verweerder] niet hebben meegedeeld dat zij loonbetaling weigerden omdat zij diens arbeidsongeschiktheid betwistten, hetzij berust op een onjuiste rechtsopvatting hetzij niet toereikend is gemotiveerd. Daarmee ontvalt de grond aan de beide hiervoor aan het slot van 3.2 genoemde gevolgtrekkingen van de Rechtbank, te weten dat [verweerder] niet gehouden was bij zijn eis een verklaring als bedoeld in art. 7:629a over te leggen en dat [eiser] c.s. op grond van het bepaalde in art.7:629 lid 6 (thans lid 7) niet kunnen weigeren [verweerder] het loon over de bewuste periode te betalen. Voor zover het middel daarop gerichte klachten bevat, slaagt het; voor het overige behoeft het geen behandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b97ffd553811d4d2bd0b10edf61ab23fc677e7caef193356bce6002f227c6d22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b97ffd553811d4d2bd0b10edf61ab23fc677e7caef193356bce6002f227c6d22, en de alinea staat in dat document op bytes 15597 tot 16417.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b97ffd553811d4d2bd0b10edf61ab23fc677e7caef193356bce6002f227c6d22 | shasum -a 256