Citaat | Hoge Raad 29 november 2002
Alinea 46 Hoge Raad 29 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7351.
3.4 Het Hof heeft geoordeeld dat, nu de Gemeente het causale verband tussen de onrechtmatige gedraging en de gestelde schade heeft betwist door gemotiveerd te stellen dat [eiser] ook indien de verlangde vergunning niet was geweigerd met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid voor de beoogde investering (de bouw van een nieuwe zeugenstal en de verbouw van de bestaande stal) geen financiering had kunnen krijgen, de bewijslast terzake krachtens de hoofdregel van art. 177 (oud) Rv. op [eiser] rust (rov. 9). In rov. 10 heeft het Hof geoordeeld dat de Rechtbank derhalve op goede gronden [eiser] heeft belast met het bewijs van zijn stelling dat de Friesland Bank hem ten tijde van de weigering van de Hinderwetvergunning door de Gemeente, de mogelijkheid bood ƒ 250.000,-- te investeren in de door hem geplande bedrijfswijziging. Het Hof heeft vervolgens de grieven gericht tegen de beslissing van de Rechtbank dat [eiser] niet erin was geslaagd het hem opgedragen bewijs te leveren, verworpen en de vonnissen van de Rechtbank bekrachtigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c8f59fbf1a95c2f5da981a2103144e3522d4bea96498def8f354440454d1a5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c8f59fbf1a95c2f5da981a2103144e3522d4bea96498def8f354440454d1a5d, en de alinea staat in dat document op bytes 11170 tot 12228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0c8f59fbf1a95c2f5da981a2103144e3522d4bea96498def8f354440454d1a5d | shasum -a 256