Citaat | Hoge Raad 1 november 2002

Alinea 46 Hoge Raad 1 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7356.

3.4.3 Onderdeel 1b, dat betoogt dat omtrent het voorgaande anders moet worden geoordeeld indien een ontslag op 65-jarige leeftijd plaatsvindt zonder dat sprake is van een vanaf dat moment bestaande inkomen genererende pensioenvoorziening in de bedrijfstak, althans een andere door [verweerster] getroffen voorziening, faalt eveneens. Uit de in punt 2.9 van de conclusie van de Advocaat-Generaal aangehaalde passage uit de Nota naar aanleiding van het nader verslag bij het in 3.4.2 vermelde wetsvoorstel 28 170 (Kamerstukken II 2001/02, 28 170, nr. 7, blz. 2) blijkt dat de regering heeft onderkend dat bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd niet steeds naast aanspraak op een uitkering op basis van de wettelijke sociale zekerheid ook aanspraak kan worden gemaakt op een bovenwettelijk pensioen, maar de bepaling in art. 7 lid 1, onder b, van het wetsvoorstel zo heeft willen inrichten dat een ontslag op de AOW-gerechtigde leeftijd steeds objectief en redelijk gerechtvaardigd is, onafhankelijk van de vraag of recht op een bovenwettelijk pensioen bestaat. Een andere opvatting zou ertoe leiden dat langs deze weg in feite voor de werkgever of de bedrijfstak een algemene verplichting tot het treffen van een pensioenregeling voor alle werknemers in het leven zou worden geroepen, hetgeen klaarblijkelijk niet de bedoeling van het onderhavige wetsvoorstel is. Een dergelijke verplichting vloeit ook niet uit de Richtlijn voort.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74db7a454a54f809fdee80f0b96a55f6add3db612ddb9e9e95108daffd9d259e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74db7a454a54f809fdee80f0b96a55f6add3db612ddb9e9e95108daffd9d259e, en de alinea staat in dat document op bytes 16865 tot 18317.