Citaat | Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 37 Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7368.

(viii) [Eiser] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen. Zijn grieven richten zich tegen het oordeel van de Rechtbank dat [verweerder] in zijn bewijsopdracht is geslaagd. In dat verband heeft hij onder meer betoogd dat zowel [betrokkene 1] als [verweerder] moslim zijn doch de eed niet op de Koran hebben afgelegd zoals hun geloof dat voorschrijft maar door het uitspreken van de woorden "Zo waarlijk helpe mij God almachtig." Zij behoeven zich door de op deze wijze afgelegde eed niet gebonden te voelen en deze geeft geen enkele waarborg dat zij de waarheid hebben gesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7829593a0f78fc4fded7eda8a5368615a5927b8ed47f01b35e5e95e6da3c75d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7829593a0f78fc4fded7eda8a5368615a5927b8ed47f01b35e5e95e6da3c75d8, en de alinea staat in dat document op bytes 9980 tot 10571.