Citaat | Hoge Raad 29 november 2002
Alinea 44 Hoge Raad 29 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7368.
Anders dan het middel betoogt, verplicht deze bepaling degene die kiest voor het afleggen van de eed, niet deze af te leggen "naar de wijze zijner godsdienstige gezindheid". De rechter te wiens overstaan een getuige zijn verklaring moet afleggen, is ook niet gehouden te onderzoeken of degene die een verklaring als getuige aflegt, aan zijn godsdienstige gezindheid de plicht ontleent de eed, belofte of bevestiging "op andere wijze te doen" (vgl. Hoge Raad (Strafkamer) 19 april 1988, nr. 8283, NJ 1989, 140). Met dit een en ander strookt het tevens aan te nemen dat ook de wederpartij zich niet kan beroepen op het bestaan van een dergelijke plicht. Het middel faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7829593a0f78fc4fded7eda8a5368615a5927b8ed47f01b35e5e95e6da3c75d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7829593a0f78fc4fded7eda8a5368615a5927b8ed47f01b35e5e95e6da3c75d8, en de alinea staat in dat document op bytes 13076 tot 13767.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7829593a0f78fc4fded7eda8a5368615a5927b8ed47f01b35e5e95e6da3c75d8 | shasum -a 256