Citaat | Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 16 Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7619.
3.1. De Hoge Raad verstaat het middel aldus dat het erover klaagt dat het Hof ter terechtzitting in hoger beroep van 27 april 2001 de moeder van enkele slachtoffers in de gelegenheid heeft gesteld een verklaring af te leggen, terwijl het Hof heeft nagelaten die persoon als getuige te beëdigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb225d8407c5870693d996bd6526f0c9a7694c526b6ac8a8134039daf8f509c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb225d8407c5870693d996bd6526f0c9a7694c526b6ac8a8134039daf8f509c0, en de alinea staat in dat document op bytes 7802 tot 8110.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb225d8407c5870693d996bd6526f0c9a7694c526b6ac8a8134039daf8f509c0 | shasum -a 256