Citaat | Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 23 Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7619.
3.3. Op grond van het voorgaande moet, nu uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 april 2001 het tegendeel niet blijkt, worden aangenomen dat de moeder van enkele slachtoffers die de desbetreffende verklaring heeft afgelegd, niet als getuige is beëdigd of de belofte heeft afgelegd. In aanmerking genomen dat een verklaring van de bedoelde strekking in beginsel van belang kan zijn voor de beoordeling van de ernst van enkele van de door de verdachte begane feiten, te weten voor wat betreft de gevolgen welke die feiten voor de slachtoffers hebben gehad, heeft deze op een vraag van de voorzitter
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb225d8407c5870693d996bd6526f0c9a7694c526b6ac8a8134039daf8f509c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb225d8407c5870693d996bd6526f0c9a7694c526b6ac8a8134039daf8f509c0, en de alinea staat in dat document op bytes 10092 tot 10715.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb225d8407c5870693d996bd6526f0c9a7694c526b6ac8a8134039daf8f509c0 | shasum -a 256