Citaat | Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 24 Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7619.
afgelegde verklaring betrekking op enig onderwerp waaromtrent ingevolge art. 350 Sv naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting dient te worden beraadslaagd en had de moeder alvorens een verklaring terzake af te leggen moeten worden beëdigd. Dat verzuim behoeft in dit geval echter niet tot cassatie te leiden en wel op grond van het navolgende. De van het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 mei 2001 deel uitmakende pleitnota houdt met betrekking tot de desbetreffende verklaring ( in die pleitnota "mededeling" genoemd) het volgende in:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb225d8407c5870693d996bd6526f0c9a7694c526b6ac8a8134039daf8f509c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb225d8407c5870693d996bd6526f0c9a7694c526b6ac8a8134039daf8f509c0, en de alinea staat in dat document op bytes 10723 tot 11293.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb225d8407c5870693d996bd6526f0c9a7694c526b6ac8a8134039daf8f509c0 | shasum -a 256