Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2002

Alinea 29 Hoge Raad 22 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7634.

3.4. Vooropgesteld moet worden dat in de regel sprake is van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM indien de stukken van het geding meer dan acht maanden na het instellen van het hoger beroep ter griffie van de appèlrechter zijn binnengekomen. Aan overschrijding van de inzendingstermijn behoeven evenwel geen rechtsgevolgen te worden verbonden indien de zaak in hoger beroep alsnog met bijzondere voortvarendheid ter terechtzitting wordt aangebracht en behandeld. De overschrijding van de inzendingstermijn wordt daardoor gecompenseerd (vgl. HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721 rov. 3.17 en 3.18).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4762b68a035c92aeb10603b96e9126c3b68d9eacb59f72963e0c810f7624a356. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4762b68a035c92aeb10603b96e9126c3b68d9eacb59f72963e0c810f7624a356, en de alinea staat in dat document op bytes 7997 tot 8647.