Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2002

Alinea 23 Hoge Raad 22 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7637.

3.3. De overwegingen van het Hof moeten aldus worden verstaan dat de verdachte ten tijde van de uitreiking van de inleidende dagvaarding noch op het adres [a-straat 1] te [woonplaats] noch op enig ander adres stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en dat toen evenmin een feitelijke woon- of verblijfplaats van hem bekend was. Daarvan uitgaande heeft het Hof zonder miskenning van het bepaalde in art. 588 Sv kunnen oordelen dat die dagvaarding rechtsgeldig is betekend. Dat oordeel is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b87f8dce7af91fa9a66c5f4c8c9f0c9b6b603de6cb2aaeccd67606114ae4827e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b87f8dce7af91fa9a66c5f4c8c9f0c9b6b603de6cb2aaeccd67606114ae4827e, en de alinea staat in dat document op bytes 7935 tot 8516.