Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2002

Alinea 24 Hoge Raad 22 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7637.

(a) dat uit de stukken van het geding niet blijkt dat door of namens de verdachte bij de verhoren tijdens het voorbereidend onderzoek dan wel met oog op de betekening van gerechtelijke stukken het adres [a-straat 1] te [woonplaats] is opgegeven als zijn feitelijke woon- of verblijfplaats in de zin van art. 588, eerste lid onder a sub 3°, Sv, en

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b87f8dce7af91fa9a66c5f4c8c9f0c9b6b603de6cb2aaeccd67606114ae4827e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b87f8dce7af91fa9a66c5f4c8c9f0c9b6b603de6cb2aaeccd67606114ae4827e, en de alinea staat in dat document op bytes 8524 tot 8885.