Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2002
Alinea 21 Hoge Raad 22 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7696.
Verdachte is samen met [slachtoffer 2] en [medeverdachte 1] bij de woning van [slachtoffer 1] gearriveerd. Slechts verdachte had daarbij een wapen bij zich, doch [slachtoffer 1] heeft dat wapen niet kunnen zien, omdat verdachte het achter zijn broeksband verborgen had. Bij het openen van zijn voordeur heeft [slachtoffer 1] geen andere argwaanwekkende omstandigheid kunnen waarnemen dan dat [slachtoffer 2] een bebloede hoofdwond had. Onder deze omstandigheden was er geen sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van [slachtoffer 1] door verdachte en [medeverdachte 1] waartegen [slachtoffer 1] zich (door gebruikmaking van diens vuurwapen) mocht verdedigen. Integendeel, door het - onverwachte en gerichte - gebruik van diens wapen heeft [slachtoffer 1] zijnerzijds een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding jegens [medeverdachte 1] en verdachte begaan, waarop verdachte - ter noodzakelijke verdediging van [medeverdachte 1] en zichzelf - mocht reageren door zijn wapen te trekken en ermee op [slachtoffer 1] te schieten. Dit handelen van verdachte voldeed aan de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit, juist omdat het plaatsvond in reactie op het onverwacht en gericht gebruik van [slachtoffer 1]'s vuurwapen en omdat verdachte geen reële mogelijkheid ten dienste stond het gevaar op andere, minder ingrijpende, wijze af te wenden: er was geen mogelijkheid voor verdachte om weg te lopen naar een plaats waar hij tegen het vuurwapengebruik door [slachtoffer 1] beschermd zou zijn zonder daarbij het risico te lopen in zijn rug geschoten te worden. Voor zover die mogelijkheid wel bestond, kan verdachte niet worden tegengeworpen dat hij daarvan geen gebruik heeft gemaakt, enerzijds omdat hij met de situatie ter plekke onbekend was, anderzijds omdat het feit dat hij ondanks die mogelijkheid op [slachtoffer 1] heeft geschoten moet worden gezien als het gevolg van een heftige gemoedsbeweging bij verdachte, door het schieten door [slachtoffer 1] veroorzaakt en in ernst mede bepaald door het feit dat verdachte in het verleden in voormalig Joegoslavië in zijn rug is geschoten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31a579c215a0e789704eae319869137a6186bc99d4c36cd0a9732bcd3047d746. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31a579c215a0e789704eae319869137a6186bc99d4c36cd0a9732bcd3047d746, en de alinea staat in dat document op bytes 6743 tot 8877.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31a579c215a0e789704eae319869137a6186bc99d4c36cd0a9732bcd3047d746 | shasum -a 256