Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2002

Alinea 33 Hoge Raad 22 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7696.

3.4. 's Hofs oordeel zoals hiervoor onder 3.2 weergegeven, daarop neerkomende dat de verdachte onder de door hem en zijn mededader [medeverdachte 1] in het leven geroepen en voor [slachtoffer 1] bedreigende omstandigheden, waaronder met name ook de aanwezigheid van de geboeide en bebloede [slachtoffer 2], rekening moest houden met de mogelijkheid van (vuur-)wapengebruik door [slachtoffer 1] is niet onbegrijpelijk. Gelet daarop moet 's Hofs oordeel voorts aldus worden verstaan, dat nu de verdachte zich willens en wetens in de hiervoor omschreven en mede door zijn toedoen ontstane situatie heeft begeven, de onder 1 bewezenverklaarde doodslag niet is begaan ter noodzakelijke verdediging tegen de op zichzelf wederrechtelijke aanranding door [slachtoffer 1], welke daaruit heeft bestaan dat [slachtoffer 1] met een vuurwapen heeft geschoten (en wel, naar uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, in de richting van [medeverdachte 1]). Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31a579c215a0e789704eae319869137a6186bc99d4c36cd0a9732bcd3047d746. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31a579c215a0e789704eae319869137a6186bc99d4c36cd0a9732bcd3047d746, en de alinea staat in dat document op bytes 15265 tot 16331.