Citaat | Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 31 Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7843.
3.2.3. Het onderdeel, dat klaagt dat de Rechtbank zonder nadere overwegingen aan de hiervoor in 3.2.1 vermelde stellingen is voorbijgegaan, faalt. Terecht heeft de Rechtbank zich beperkt tot een beoordeling van de vraag of de in het Proces-verbaal van Aanwijzingen vervatte aanwijzingen van de Centrale Landinrichtingscommissie leiden tot willekeurige en onredelijke geldelijke regelingen, welke de wetgever bij de in artikel 210, lid 3, van de Landinrichtingswet aan voormelde commissie gegeven bevoegdheid niet op het oog kan hebben gehad (vgl. HR 22 juni 1988, nr. 1093, NJ 1988, 929), alsmede van de vraag of de Landinrichtingscommissie die aanwijzingen op juiste wijze heeft toegepast. De oordelen van de Rechtbank, waarbij zij eerstgenoemde vraag in ontkennende en laatstgenoemde vraag in bevestigende zin heeft beantwoord, geven geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kunnen, als verweven met waarderingen van feitelijk aard, voor het overige in cassatie niet op hun juistheid worden getoetst. Zij zijn ook niet onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f2cc09e792c3e8e96be7002946f4fd7ae839e381f0c5bca4c8a4ecc98a2cb7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f2cc09e792c3e8e96be7002946f4fd7ae839e381f0c5bca4c8a4ecc98a2cb7f, en de alinea staat in dat document op bytes 9827 tot 10892.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f2cc09e792c3e8e96be7002946f4fd7ae839e381f0c5bca4c8a4ecc98a2cb7f | shasum -a 256