Citaat | Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 92 Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7940.

3.6.2 Onderdeel 5.2 faalt. De in het onderdeel vermelde stellingen van [verzoeker] kunnen immers naar het kennelijke oordeel van de Ondernemingskamer geen afbreuk doen aan haar, in de beschikking nader gemotiveerde, oordeel dat niet de vennootschap doch BTG belang had bij de onderwerpelijke transactie en dat [verzoeker] als commissaris in een positie verkeerde waarin hij tot ernstige twijfel aanleiding gevende signalen betreffende de financiële positie van de in te brengen vennootschap had kunnen en ook behoren op te vangen, en ten onrechte heeft nagelaten enige maatregel te (doen) nemen tot zekerstelling van een verantwoord verloop van de transactie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/766ff2f25b9fd2d37fbf21b4c77f8d8901ac0b9296f50b366839b070bc299d1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 766ff2f25b9fd2d37fbf21b4c77f8d8901ac0b9296f50b366839b070bc299d1d, en de alinea staat in dat document op bytes 21452 tot 22125.