Citaat | Hoge Raad 27 september 2002

Alinea 30 Hoge Raad 27 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 27 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8145.

3.3.1. Het Hof heeft voorts de prestatie die belanghebbende door het sluiten van de erfpachtovereenkomst jegens C heeft verricht, aangemerkt als een vorm van terbeschikkingstelling van onroerende zaken voor gebruik, en wel, aangezien geen sprake is van een levering, als verhuur ingevolge artikel 11, lid 1, letter b, 5?, van de Wet, waarbij het Hof kennelijk doelt op de bij de Wet van 18 december 1995, Stb. 659, met terugwerkende kracht tot 15 maart 1995 te 18.00 uur ingevoegde laatste alinea van artikel 11, lid 1, letter b, van de Wet. Het Hof heeft redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar geacht dat de richtlijngever in artikel 13, B, aanhef en letter b, van de Zesde richtlijn de reikwijdte van de begrippen 'verhuur en verpachting' in evenbedoelde richtlijnbepaling niet categorisch heeft willen beperken tot hetgeen in de betrokken lidstaat in civielrechtelijke zin onder die begrippen wordt verstaan, waarbij het Hof in dit verband van belang heeft geacht dat in de richtlijn geen omschrijving van het begrip verhuur en verpachting is gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25c4d8820a55fb234eb383de56a57784ff43318534c2a6c181ba659440b2d7f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25c4d8820a55fb234eb383de56a57784ff43318534c2a6c181ba659440b2d7f4, en de alinea staat in dat document op bytes 10605 tot 11674.