Citaat | Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 38 Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8182.

3.5 Onderdeel 2 is eveneens gericht tegen rov. 5.4.1 en klaagt over het daarin vervatte oordeel dat gesteld noch gebleken is dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die tot een uitzondering op de leer van de formele rechtskracht nopen. Het onderdeel vermeldt de navolgende vier omstandigheden die in combinatie als dermate klemmend moeten worden beschouwd, dat zij een uitzondering op de formele rechtskracht van het verkeersbesluit rechtvaardigen: (a) [eiser] heeft in eerste aanleg blijkens haar pleitnotitie betoogd dat het indienen van zienswijzen of bezwaren tegen het verkeersbesluit zinloos was, vanwege het gebonden karakter van dat besluit; (b) [eiser] heeft in de dagvaarding in eerste aanleg gesteld dat op het moment dat het verkeersbesluit werd genomen geen duidelijkheid over de (omvang van de) schade die zij door de wegafsluiting zou lijden bestond; (c) er bestaan belangrijke parallellen met diverse regelingen (bijv. art. 49 WRO) waarbij een verzoek tot schadevergoeding kan worden ingediend, ook al is verzoeker niet opgekomen tegen het onderliggende besluit; (d) de provincie heeft [eiser] verzekerd, althans in de veronderstelling gebracht, dat zij eventuele schade achteraf zou kunnen claimen, zonder dat zij behoefde te ageren tegen het onderliggende besluit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4ea13667e0a9700d2fc3b992655a506d7e40a514130068d8d2fcc4e1be07ddf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4ea13667e0a9700d2fc3b992655a506d7e40a514130068d8d2fcc4e1be07ddf, en de alinea staat in dat document op bytes 11470 tot 12773.