Citaat | Hoge Raad 22 november 2002

Alinea 54 Hoge Raad 22 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8185.

3.3.6 Volgens onderdeel 1.3 heeft het Hof voor het antwoord op de vraag of tussen de overeenkomsten de door [eiseres] gestelde samenhang bestaat, ten onrechte alleen de aanwezigheid van verbindingen tussen de schriftelijke overeenkomsten als in zijn oordeel vermeld beslissend geacht. Ook dit onderdeel mist feitelijke grondslag. Aan zijn desbetreffende overwegingen voegt het Hof immers toe dat [eiseres] overigens geen concrete feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit een dergelijke samenhang volgt. Dit laatste oordeel wordt echter in onderdeel 1.4 terecht als onbegrijpelijk bestreden. Uit het arrest van het Hof blijkt niet dat het de hiervoor in 3.3.3 samengevatte stellingen van [eiseres] over de samenhang van de overeenkomsten, vooral de stelling omtrent de verdeling van de oorspronkelijk beoogde totale vergoeding van ƒ 35.000,-- over huurprijs en erfpachtcanon en de redenen daarvoor, in zijn overwegingen heeft betrokken. In het licht van die stellingen behoefde het bestreden oordeel echter meer motivering dan het arrest bevat, zodat onderdeel 1.4 gegrond is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd052baa367bd3a2bc03467e363e3371ee112ab3dff23227af2c03d3a5ba75f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd052baa367bd3a2bc03467e363e3371ee112ab3dff23227af2c03d3a5ba75f3, en de alinea staat in dat document op bytes 22807 tot 23902.