Citaat | Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 18 Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8201.

Verweerster in cassatie - verder te noemen: de Bank - heeft bij exploiten van 19 oktober 1995 eisers tot cassatie - verder afzonderlijk te noemen: [eiser 1] en [eiser 2] - gedagvaard voor de Rechtbank te Leeuwarden en gevorderd bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiser 1] en [eiser 2] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn gekweten, te veroordelen tot betaling van een totaal bedrag van ƒ 43.734,30, zoals gespecificeerd in het petitum van de dagvaarding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f826eb381b52ae5cbec53780e26591c833e15defacb30f4d7e1957107b289a93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f826eb381b52ae5cbec53780e26591c833e15defacb30f4d7e1957107b289a93, en de alinea staat in dat document op bytes 5138 tot 5647.