Citaat | Hoge Raad 29 november 2002
Alinea 38 Hoge Raad 29 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8201.
(iii) Vervolgens hebben [eiser 1] en [eiser 2] tezamen op 30 januari 1991 ƒ 30.000,-- van de Bank geleend en zich hoofdelijk schuldig verklaard voor dit bedrag. Tevens is hun een krediet in rekening-courant verleend van ƒ 20.000,--. De rekening staat ten name van "[B]" op het adres van [eiser 1]. [B] was een nevenvestiging van de v.o.f. [A].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f826eb381b52ae5cbec53780e26591c833e15defacb30f4d7e1957107b289a93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f826eb381b52ae5cbec53780e26591c833e15defacb30f4d7e1957107b289a93, en de alinea staat in dat document op bytes 8339 tot 8697.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f826eb381b52ae5cbec53780e26591c833e15defacb30f4d7e1957107b289a93 | shasum -a 256