Citaat | Hoge Raad 29 november 2002
Alinea 47 Hoge Raad 29 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8201.
3.8 Onderdeel 1 acht de door het Hof gegeven lezing van de beslissing van de Rechtbank, die is weergegeven in de eerste zin van rov. 5, onbegrijpelijk, nu de Rechtbank in rov. 3.3 slechts overweegt dat lening en krediet aan [eiser 1] en [eiser 2] in feite de strekking van een borgstelling ten behoeve van de v.o.f. [A] hebben. Het onderdeel kan wegens gebrek aan belang niet tot cassatie leiden, nu het Hof de van belang zijnde stelling van [eiser 1] en [eiser 2], dat de door hen met de Bank aangegane overeenkomst moet worden aangemerkt als een overeenkomst die binnen het bereik van art. 1:88 BW valt, zelfstandig heeft beoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f826eb381b52ae5cbec53780e26591c833e15defacb30f4d7e1957107b289a93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f826eb381b52ae5cbec53780e26591c833e15defacb30f4d7e1957107b289a93, en de alinea staat in dat document op bytes 14833 tot 15481.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f826eb381b52ae5cbec53780e26591c833e15defacb30f4d7e1957107b289a93 | shasum -a 256