Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 14 Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8363.

2.1. Voor het Hof was onder meer in geschil of de door belanghebbende aan niet-leden verrichte diensten, bestaande uit het hen in de gelegenheid stellen gebruik te maken van de bij belanghebbende in gebruik zijnde golfbaan en van de daarbij behorende faciliteiten, vrijgesteld zijn van omzetbelasting op grond van artikel 11, lid 1, letter f, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet), in samenhang met artikel 7, lid 1, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 en post 21 (tekst 1994) van onderdeel b van de tot dat besluit behorende Bijlage B, in het bijzonder of voldaan is aan de in deze bepalingen vermelde voorwaarde dat de instelling geen winst mag beogen. De vrijstellingsbepaling is gegrond op artikel 13, A, aanhef en lid 1, letter m, van de Zesde richtlijn, waarin wordt bepaald dat de lidstaten van BTW moeten vrijstellen sommige diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding en die door instellingen zonder winstoogmerk worden verleend aan personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd9d17e2d0d6170360cf141fd19942ea2efa173c3fa8a85ebf959aafcac03b92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd9d17e2d0d6170360cf141fd19942ea2efa173c3fa8a85ebf959aafcac03b92, en de alinea staat in dat document op bytes 7204 tot 8284.