Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 20 Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8368.
3.2.2. Indien evenwel juist zou zijn, zoals belanghebbende in zijn conclusie van repliek voor het Hof heeft gesteld en, blijkens zijn pleitnota, ter zitting van het Hof van 10 november 2000 heeft herhaald, dat de Inspecteur reeds vóór het opleggen van de primitieve aanslag een onderzoek naar de woonplaats van belanghebbende was begonnen - waarin ligt besloten dat de Inspecteur reeds vóór dat moment zodanig twijfelde aan de juistheid van de aangifte op dat punt, dat hij het nodig oordeelde een onderzoek in te stellen - en die aanslag desalniettemin conform de aangifte heeft opgelegd zonder de uitkomsten van dat onderzoek af te wachten, dan zou sprake zijn van een ambtelijk verzuim bij het opleggen van die primitieve aanslag, dat niet door navordering kan worden hersteld (vgl. HR 18 november 1925, B. 3699, en HR 13 oktober 1954, nr. 11941, BNB 1954/339). Het Hof heeft omtrent de evenbedoelde stelling van belanghebbende geen beslissing gegeven. Hetgeen het Hof zoals voormeld in 6.1 heeft overwogen, betreft een andere stelling van belanghebbende, maar gaat aan de hier bedoelde stelling voorbij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc7424fd3afd6eb4c6e4704cd275ab19f7e67b2de547ff0af4edb4e6abad28bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc7424fd3afd6eb4c6e4704cd275ab19f7e67b2de547ff0af4edb4e6abad28bc, en de alinea staat in dat document op bytes 7530 tot 8654.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc7424fd3afd6eb4c6e4704cd275ab19f7e67b2de547ff0af4edb4e6abad28bc | shasum -a 256