Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 21 Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8368.
3.2.3. Indien het achterwege laten van een beslissing over de hier bedoelde stelling voortvloeit uit de gedachte dat die stelling niet ter zake dienende is, zou dit, gelet op het vorenoverwogene, berusten op een onjuiste rechtsopvatting. Indien het Hof van de juiste rechtopvatting is uitgegaan, is, nu uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding niet blijkt dat belanghebbende die stelling niet heeft gehandhaafd, onbegrijpelijk waarom het omtrent die stelling geen beslissing heeft gegeven. De hierop gerichte in middel I besloten liggende klacht slaagt derhalve. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen voor een onderzoek van evenvermelde stelling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc7424fd3afd6eb4c6e4704cd275ab19f7e67b2de547ff0af4edb4e6abad28bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc7424fd3afd6eb4c6e4704cd275ab19f7e67b2de547ff0af4edb4e6abad28bc, en de alinea staat in dat document op bytes 8674 tot 9374.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc7424fd3afd6eb4c6e4704cd275ab19f7e67b2de547ff0af4edb4e6abad28bc | shasum -a 256