Citaat | Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 36 Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8457.

3.3.1Onderdeel 1 betoogt dat de accountantsverklaring van [eiser] ondanks het hiervoor bedoelde waardeverschil juist kan zijn, namelijk indien de totale waarde van de inbreng desondanks ten minste even hoog was als het bedrag van de stortingsplicht. Het Hof heeft zich aangesloten bij het oordeel van de Rechtbank dat [eiser] er niet in is geslaagd aan te tonen dat de totale waarde van de inbreng zo hoog was. De motivering van dit oordeel, die het Hof eveneens heeft overgenomen, houdt in dat de waarde van eventuele goodwill van de ingebrachte onderneming, waarop [eiser] zich in dit verband heeft beroepen, niet kan bijdragen tot het bedrag van de minimale stortingsplicht, omdat de factor goodwill buiten beschouwing is gebleven bij de waardering van de inbreng. Dienovereenkomstig heeft het Hof in rov.4.5 als volgt overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb692931990fe85e30d2fb2b050aef520183a8a51ab842c9811fe380ce1998f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb692931990fe85e30d2fb2b050aef520183a8a51ab842c9811fe380ce1998f5, en de alinea staat in dat document op bytes 10287 tot 11132.