Citaat | Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 40 Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8457.
3.3.4 Bij zijn bestreden oordeel heeft het Hof - evenals de Rechtbank bij haar oordeel - klaarblijkelijk tot uitgangspunt genomen dat in de beschrijving die in dit geval is opgemaakt, geen goodwill wordt genoemd. Voorzover het onderdeel berust op de opvatting dat naar het oordeel van het Hof de verklaring van [eiser] de hiervoor in 3.2 bedoelde onderneming in haar geheel betrof en niet slechts de in de beschrijving vermelde activa van die onderneming, berust het dan ook op onjuiste lezing van het arrest van het Hof en mist het derhalve feitelijke grondslag. Ook voor het overige kan het onderdeel niet tot cassatie leiden. Bedoeld uitgangspunt van het Hof, waarvan de feitelijke juistheid in cassatie overigens niet wordt bestreden, is niet onbegrijpelijk, gezien de inhoud van de verklaring en de beschrijving. Overeenkomstig de vermelding in de akte van oprichting van de vennootschap dat de Stichting inbracht "alle activa, zoals deze zijn vermeld op de aan deze akte aangehechte en door de comparanten ondertekende beschrijving (...)", verwijst de beschrijving naar de bijgevoegde balans van de vennootschap per 30 juni 1988 en houdt zij in dat "de onderscheidene activa en passiva" naar die balans worden opgenomen volgens de in de beschrijving vermelde waarderingsmethoden. De verklaring van [eiser] heeft blijkens haar in- houd - overeenkomstig art. 2:204a lid 2 - betrekking op de waarde van hetgeen volgens deze beschrijving wordt ingebracht, dat wil zeggen niet op de waarde van de onderneming als geheel - waarbij eventueel aanwezige goodwill een rol zou kunnen spelen - maar op de waarde van de in de beschrijving (door verwijzing naar de balans) genoemde activa en passiva. Onder die activa is "grond in economisch eigendom" voor ƒ 800.000,-- opgenomen, maar - zoals voor de hand ligt nu het hier om door de onderneming zelf gekweekte goodwill zou gaan - geen goodwill. Nu de uitleg die het Hof aan de verklaring van [eiser] heeft gegeven derhalve tevergeefs wordt bestreden, heeft het Hof, zoals volgt uit hetgeen in 3.3.3 is overwogen, met juistheid geoordeeld dat de waarde van eventueel aanwezige goodwill geen rol speelt bij de beoordeling van de deugdelijkheid van die verklaring. Onderdeel 1 faalt in zijn geheel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb692931990fe85e30d2fb2b050aef520183a8a51ab842c9811fe380ce1998f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb692931990fe85e30d2fb2b050aef520183a8a51ab842c9811fe380ce1998f5, en de alinea staat in dat document op bytes 15646 tot 17899.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb692931990fe85e30d2fb2b050aef520183a8a51ab842c9811fe380ce1998f5 | shasum -a 256