Citaat | Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 41 Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8457.
3.4 Onderdeel 2 bestrijdt het oordeel van het Hof in zijn hiervoor in 3.3.1 aangehaalde rov. 4.5 dat het bestaan van goodwill onaannemelijk moet worden geacht. Dit oordeel is van feitelijke aard en in het licht van de stukken van het geding niet onbegrijpelijk. Het is ook niet ontoereikend gemotiveerd. Het Hof mocht in dit verband, zoals het heeft gedaan, betekenis toekennen aan het feit dat de onderneming sinds de oprichting uitsluitend (aanzienlijk) verlies had geleden en behoefde zich niet van zijn oordeel te laten weerhouden door hetgeen [eiser] had aangevoerd omtrent positieve toekomstverwachtingen die ten tijde van het afleggen van zijn verklaring zouden hebben bestaan. Ook dit onderdeel faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb692931990fe85e30d2fb2b050aef520183a8a51ab842c9811fe380ce1998f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb692931990fe85e30d2fb2b050aef520183a8a51ab842c9811fe380ce1998f5, en de alinea staat in dat document op bytes 17919 tot 18650.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb692931990fe85e30d2fb2b050aef520183a8a51ab842c9811fe380ce1998f5 | shasum -a 256