Citaat | Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 55 Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8459.

Voor de lening in juli 1990, kort voor het, reeds in het voorjaar van 1990 geplande, vertrek van [eiseres] naar Curaçao geldt te meer dat niet valt in te zien waarom [verweerder] c.s. deze in verband zouden hebben moeten brengen met enig aan het oorlogsverleden van [eiseres] toe te schrijven afhankelijkheidsgevoel. De - door [eiseres] niet gemotiveerd betwiste - stelling van [verweerder] c.s., dat [eiseres] dit bedrag voor de aankoop van een andere auto wilde schenken, vindt steun in de verklaring van de in contra-enquête gehoorde getuige [betrokkene 2] dat [eiseres] hem vertelde dat zij [verweerder 1] als haar zoon beschouwde en hem een andere auto zou schenken. Het feit dat [verweerder] c.s. dat niet hebben gewild en het geld slechts bij wege van lening hebben geaccepteerd, geeft er geen blijk van dat zij misbruik hebben willen maken van een door hen aan de relatie tussen partijen toegeschreven vrijgevigheid van [eiseres]."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1fb1cdbeef5688c97d589f70ab5d2cf52f1bb0965dc095e60e6781caba767fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1fb1cdbeef5688c97d589f70ab5d2cf52f1bb0965dc095e60e6781caba767fe, en de alinea staat in dat document op bytes 15324 tot 16278.