Citaat | Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 58 Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8459.

3.6 Onderdeel 3 richt zich met rechts- en motiveringsklachten tegen het oordeel van het Hof dat [eiseres] niet is geslaagd in het bewijs dat [verweerder] c.s. wisten, althans behoorden te weten dat [eiseres] door haar abnormale en afhankelijke geestestoestand tot de schenking en de lening werd bewogen, alsmede tegen de daaraan door het Hof verbonden gevolgtrekking dat van misbruik van omstandigheden geen sprake is geweest. Bij de beoordeling van dit onderdeel wordt vooropgesteld dat in hoger beroep geen grieven waren gericht tegen het oordeel van de Rechtbank dat [eiseres] in een abnormale en afhankelijke geestestoestand verkeerde. In cassatie moet daarvan derhalve worden uitgegaan. Voorts kan - ten dele veronderstellenderwijs - in cassatie worden uitgegaan van de in het onderdeel onder 3.7 vermelde feiten en omstandigheden, die in het kort hierop neerkomen dat [eiseres], ten tijde van de omstreden rechtshandelingen ruim 70 jaar oud en alleenstaand, naar [verweerder] c.s. wisten, in de oorlog in een kamp had gezeten en (voor een concentratiekampsyndroom) onder behandeling was van prof. Bastiaans, dat [eiseres] totdat zij in verband met haar oorlogsverleden een bedrag van ƒ 135.000,-- ontving in behoeftige omstandigheden verkeerde (volgens de verklaring van verweerder in cassatie [verweerder 1] als getuige ontving zij naar zijn schatting ongeveer ƒ 2.000,-- per maand en moest zij alleen al aan huur ƒ 1.400,-- per maand betalen), dat zij geen of weinig contact had met haar kinderen, in [woonplaats] verkommerde en dat zij daarom door [verweerder] c.s. regelmatig werd meegenomen naar hun woonhuis in [woonplaats], gedurende welke perioden van verblijf zij praktisch volledige verzorging door [verweerder] c.s. ontving. Tegen deze achtergrond behoefde 's Hofs in de hiervóór in 3.4 aangehaalde overwegingen besloten liggende ontkennende beantwoording van de vraag of voor [verweerder] c.s. kenbaar was dat [eiseres] door haar abnormale geestestoestand en afhankelijkheid is bewogen tot het verrichten van de rechtshandelingen, waarbij een aanzienlijk gedeelte van de door haar ontvangen uitkering om niet of onder voor [verweerder] c.s. weinig bezwarende voorwaarden aan laatstgenoemden ter beschikking werd gesteld, nadere motivering, die evenwel ontbreekt. De hierop gerichte klachten van het onderdeel tegen het tussenarrest van 18 januari 2000 treffen derhalve doel. Ook het daarop voortbouwende eindarrest van 21 november 2000 kan niet in stand blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1fb1cdbeef5688c97d589f70ab5d2cf52f1bb0965dc095e60e6781caba767fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1fb1cdbeef5688c97d589f70ab5d2cf52f1bb0965dc095e60e6781caba767fe, en de alinea staat in dat document op bytes 17895 tot 20393.