Citaat | Hoge Raad 15 november 2002
Alinea 63 Hoge Raad 15 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8463.
3.2.2 Bij de beoordeling van het onderdeel moet worden vooropgesteld dat het ANP op grond van het bepaalde in art. 144 (oud) Rv. in beginsel het recht had zijn standpunt bij pleidooi toe te lichten. Zoals in eerdere rechtspraak van de Hoge Raad al is uiteengezet, zal een verzoek om de zaak te mogen bepleiten slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mogen worden geweigerd (HR 29 september 1995, nr. 15.778, NJ 1997, 340; HR 5 oktober 2001, nr. C00/248, NJ 2002, 514). Daartoe is noodzakelijk dat van de zijde van de wederpartij tegen toewijzing van het verzoek klemmende redenen worden aangevoerd of dat toewijzing van het verzoek strijdig zou zijn met de eisen van een goede procesorde. Van het een noch het ander is in dit geval gebleken. Van de zijde van [verweerder] zijn weliswaar bezwaren aangevoerd tegen toewijzing van het verzoek, doch deze bezwaren bevatten geen klemmende redenen, zoals een beroep op een onredelijke vertraging van de procedure, doch strekken ten betoge dat een pleidooi niets zou kunnen toevoegen aan hetgeen reeds door partijen naar voren is gebracht. Ook de motivering van de Rechtbank steunt in hoofdzaak op het argument dat een pleidooi geen nieuwe gezichtspunten zal opleveren. Daarin kan echter geen reden worden gevonden aan een partij het recht op pleidooi te onthouden. Het ANP had nu juist aangevoerd dat het "er grote behoefte aan [had] de feitelijke omstandigheden die van belang zijn te belichten tegen de achtergrond van het tussenvonnis van de rechtbank, dit ten overstaan van de volledige kamer van de rechtbank die het eindvonnis zal wijzen" en daarmee voldoende aangegeven dat het het processuele debat niet voltooid achtte voordat het ten overstaan van de Rechtbank zijn standpunt nog eens mondeling had bepleit teneinde de Rechtbank van de juistheid van dit standpunt te kunnen overtuigen. Niet valt derhalve in te zien waarom zijn verzoek, ook nadat een comparitie was gehouden, in strijd zou zijn met een goede procesorde. Voor het overige heeft de Rechtbank niets vastgesteld dat grond zou kunnen geven voor het oordeel dat hier sprake is van een uitzonderlijk geval waarin plaats is voor weigering van een pleidooi. Het onderdeel slaagt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e9d1282450c59c3ea3b24d2e812249bc72c1c444a708c453facc72028656ee6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e9d1282450c59c3ea3b24d2e812249bc72c1c444a708c453facc72028656ee6, en de alinea staat in dat document op bytes 14701 tot 16914.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0e9d1282450c59c3ea3b24d2e812249bc72c1c444a708c453facc72028656ee6 | shasum -a 256