Citaat | Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 64 Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8463.

3.3 Uit het in 3.2.2 overwogene volgt dat het Hof waarnaar de zaak wordt verwezen partijen tot pleidooi zal moeten toelaten, dat het bestreden eindvonnis niet in stand kan blijven en dat de onderdelen 1 - 6 voor zover zij gericht zijn tegen het eindvonnis geen behandeling behoeven. Dit brengt mee dat de Hoge Raad die onderdelen voor zover zij gericht zijn tegen oordelen in het tussenvonnis van 25 oktober 2000 die niet moeten worden aangemerkt als beslissingen als bedoeld in art. 399 Rv., ook niet zal behandelen gelet op de nauwe verwevenheid van die oordelen en de door die onderdelen aangevallen oordelen in het eindvonnis. Het hof waarnaar de zaak wordt verwezen is dan ook niet gebonden aan voormelde door de Rechtbank in haar tussenvonnis van 25 oktober 2000 gegeven oordelen. Dat Hof zal derhalve de vraag of in het onderhavige geval sprake is van een arbeidsovereenkomst in volle omvang hebben te beoordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e9d1282450c59c3ea3b24d2e812249bc72c1c444a708c453facc72028656ee6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e9d1282450c59c3ea3b24d2e812249bc72c1c444a708c453facc72028656ee6, en de alinea staat in dat document op bytes 16934 tot 17867.