Citaat | Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 40 Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8464.

3.3.4 Na de opstelling van de in 3.3.3 vermelde memories van toelichting en na de totstandkoming van de daar genoemde bepalingen, heeft zich in de rechtspraak van de bestuursrechter de ontwikkeling met betrekking tot het (zuivere) schadebesluit voorgedaan, die heeft meegebracht dat de bestuursrechter niet alleen in ambtenarenzaken, maar ook daarbuiten in vele gevallen oordeelt over vorderingen tot schadevergoeding. Tegen de achtergrond van deze rechtspraak heeft de Hoge Raad in het arrest van 17 december 1999, nr. C98/80, NJ 2000, 87 (Groningen/Raatgever), in het bijzonder op grond van de niet-exclusiviteit van art. 8:73 Awb en de in dit artikel besloten keuzevrijheid om bij gegrondbevinding van het beroep tegen een schadeveroorzakend besluit in een bestuursrechtelijke procedure schadevergoeding te verzoeken dan wel zich te dier zake tot de burgerlijke rechter te wenden, geoordeeld dat, ook indien bij een zuiver schadebesluit afwijzend is beslist op een op de onrechtmatigheid van een besluit gegrond verzoek tot schadevergoeding, de eiser niet op grond daarvan door de burgerlijke rechter niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in een op dezelfde grondslag ingestelde vordering tot schadevergoeding (rov. 3.5.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9feafb3ebe881d58c475b8477001b7c59a70918a79015d20fef1830a6b23dc66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9feafb3ebe881d58c475b8477001b7c59a70918a79015d20fef1830a6b23dc66, en de alinea staat in dat document op bytes 15143 tot 16389.