Citaat | Hoge Raad 22 november 2002

Alinea 38 Hoge Raad 22 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8474.

Anders dan de onderdelen 4 - 6 bepleiten dwingen ook de eisen van redelijkheid en billijkheid niet ertoe te aanvaarden dat de vergoeding van immateriële schade buiten het faillissement valt. Van een ongerechtvaardigde verrijking van de crediteuren (onderdeel 5) kan ook niet gesproken worden, daar zij er recht op hebben dat hun vorderingen worden voldaan. Het arrest van de Hoge Raad van 5 september 1997, nr. 16400, NJ 1998, 437 (Ontvanger - Hamm), waarnaar de onderdelen 4 en 5 verwijzen, doet aan een en ander niet af. In dat geding was een wezenlijk andere vraag aan de orde dan de vraag die in de onderhavige zaak beantwoord moet worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/778406bc8bd31adad0336401a85fec373e1c050664a0caf1c7a83acaeff14aa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 778406bc8bd31adad0336401a85fec373e1c050664a0caf1c7a83acaeff14aa9, en de alinea staat in dat document op bytes 15293 tot 15950.