Citaat | Hoge Raad 24 december 2002

Alinea 124 Hoge Raad 24 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8772.

Voorts heeft S. zich blijkens zijn ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring gerealiseerd dat de onderhavige casus geen paradigmatisch geval betrof en dat er destijds in de beroepsgroep geen eensluidende mening bestond over de rol en positie van de huisarts bij euthanasieverzoeken c.q. verzoeken om hulp bij zelfdoding van mensen die lijden aan het bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2, en de alinea staat in dat document op bytes 41058 tot 41443.