Citaat | Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 146 Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8772.
Ad d. Ook op dit onderdeel faalt het beroep op niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De verdediging ziet eraan voorbij dat het verwijt aan verdachte inhoudt overtreding van het algemene verbod van hulp bij zelfdoding, strafbaar gesteld bij artikel 294 van het Wetboek van Strafrecht, hetgeen door verdachte niet wordt ontkend. Daarmee is de vervolging op zichzelf legitiem. Dat het openbaar ministerie met die vervolging vooral blijkt te beogen een antwoord van de rechter te krijgen op de vraag of de verdachte zich met recht op het standpunt kan stellen dat hij aan alle zorgvuldigheidseisen heeft voldaan, zodat hij zich met succes op overmacht in de zin van noodtoestand kan beroepen, betekent niet dat het openbaar ministerie zijn bevoegdheid tot vervolging tot een ander doel aanwendt dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven. De omstandigheid dat de in het gerechtelijk vooronderzoek gehoorde en rapporterende deskundigen vanuit hun medisch(-ethische) visie tot de conclusie zijn gekomen dat de verdachte zorgvuldig heeft gehandeld, betekent ook niet dat het openbaar ministerie van verdere vervolging had moeten afzien, nu de beantwoording van bedoelde vraag bij uitstek tot de taak van de rechter behoort. Daarbij is van belang dat de zorgvuldigheidseis dat sprake moet zijn van een ondraaglijk en uitzichtloos lijden voor verschillende interpretatie vatbaar is. Terecht heeft de verdediging opgemerkt dat de rechtspraak bij de formulering van deze eis een open criterium heeft gehanteerd. Uit de intensieve publieke en politieke debatten van de afgelopen jaren over dit onderwerp blijkt het grote maatschappelijke belang bij de invulling van dat criterium. Hierin heeft het openbaar ministerie, van oordeel zijnde dat in de onderhavige zaak het lijden niet meer onder bedoeld criterium kan worden gebracht, gerede aanleiding kunnen vinden om een vervolging in te stellen. Afweging van het algemeen maatschappelijk belang tegen het individuele belang van de verdachte is niet kennelijk onredelijk in diens nadeel uitgevallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2, en de alinea staat in dat document op bytes 49026 tot 51085.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2 | shasum -a 256