Citaat | Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 152 Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8772.
6.2. De klacht dat het Hof wat betreft het gedane beroep op het gelijkheidsbeginsel de feitelijke grondslag van het verweer niet heeft beoordeeld, berust op een onjuiste lezing van de bestreden uitspraak. Het - niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk gevende en niet onbegrijpelijke - oordeel van het Hof komt er immers op neer dat, ook al zou moeten worden uitgegaan van de juistheid van de stelling van de verdediging dat in vergelijkbare gevallen geen vervolging is ingesteld en van hetgeen door de verdediging tot staving van die stelling is aangevoerd, zulks niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2, en de alinea staat in dat document op bytes 52792 tot 53456.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2 | shasum -a 256