Citaat | Hoge Raad 24 december 2002

Alinea 16 Hoge Raad 24 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8772.

Het gaat in deze zaak om het volgende. De verdachte is huisarts. Ten laste van hem is bewezenverklaard - kort gezegd - dat hij op 22 april 1998 opzettelijk [B.], geboren op [geboortedatum] 1911, behulpzaam is geweest bij zelfdoding. De verdachte (hierna aan te duiden als de arts) heeft in het "Verslag van euthanatisch handelen door behandelend arts" gesproken over "afwezigheid van depressie (in psychiatrische zin)", en heeft blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 8 november 2001 aldaar verklaard: "Er was somberheid, maar geen classificeerbare depressie". De arts heeft, nadat hij in maart en april 1998 een reeks van gesprekken met B. had gevoerd en B. door twee collega's (een huisarts en een psychiater) had laten onderzoeken, hem een medicijn in letale dosis gegeven. B. heeft dit medicijn in tegenwoordigheid van de arts op 22 april 1998 ingenomen en is daarop overleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2, en de alinea staat in dat document op bytes 6430 tot 7351.