Citaat | Hoge Raad 24 december 2002

Alinea 19 Hoge Raad 24 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8772.

4.1. Het verlenen van hulp bij zelfdoding en het toepassen van euthanasie zijn strafbaar gesteld bij de art. 294 en 293 Sr. In het bijzonder gedurende de laatste twee decennia heeft in Nederland een publiek debat plaatsgevonden over de strafwaardigheid van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Ten tijde van dat debat is rechtspraak tot stand gekomen die enige ruimte heeft geboden tot het door artsen straffeloos verlenen van hulp bij zelfdoding en de straffeloze toepassing van euthanasie door artsen. Intussen is tot stand gekomen de Wet van 12 april 2001, houdende toetsing van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding en wijziging van het Wetboek van Strafrecht en van de Wet op de lijkbezorging (Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding), hierna aan te duiden als WTL, Stb. 2001, 194. Krachtens Koninklijk Besluit van 15 maart 2002, Stb. 2002, 165, is de WTL op 1 april 2002 in werking getreden. De WTL behelst voor een belangrijk deel een codificatie van de rechtspraak van de Hoge Raad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2, en de alinea staat in dat document op bytes 7713 tot 8756.